TW

Disclaimer:
Ik heb deze blogpost geschreven op 22 augustus 2015 omdat ik het kwijt moest, maar heb hem nooit gepubliceerd omdat ik niet durfde.

De laatste tijd denk ik weer veel na over opnieuw beginnen met schrijven op mijn blog. Schrijven is voor mij een manier om de chaos aan gedachten in mijn hoofd netjes en overzichtelijk te kunnen analyseren en begrijpen, en ik heb daar weer behoefte aan. Maar ik wil graag schrijven over wat mij bezig houdt, wat voor mij belangrijk is. Dat dat soms heftig is of anderen ongemakkelijk maakt, kan ik me voorstellen maar zoals mama vroeger altijd zei: niet iedereen hoeft je leuk te vinden. Ik weet nu nog niet of ik het ‘vol ga houden’ om te blijven schrijven, maar ik wil graag dat mijn blog een plek wordt waar ik heen kan als ik daar behoefte aan heb. Met leuke óf minder leuke dingen.

Het onderwerp van deze post is niet leuk, maar ik heb besloten het toch te publiceren. Niet alleen in de sfeer van “dit is mijn blog en ik doe wat ik wil” (insert diva-emoticon) maar vooral omdat ik denk dat dit het stigma en onbegrip rond zelfverwonding een beetje zou kunnen verhelpen. Ik schrijf dus over zelfverwonding, hoe het was voor mij (het is al een hele tijd geleden dat ik dat deed en nog langer geleden dat het echt mijn leven beheerste) en hoe ik me er nu over voel. Daarom wil ik bij dezen graag een trigger warning plaatsen: als je weet dat lezen over zelfverwonding, littekens en dergelijke niet goed is voor jou op dit moment kun je deze post beter niet lezen.

“Gelukkig is het bij jou niet zo erg…”

Ik kijk om. Op het bankje achter mij en de twee vriendinnen waarmee ik samen reis, zit een jonge vrouw wiens armen meer uit littekenweefsel bestaan dan uit gewone huid. Een grote vlam woede brandt op in mijn borst. Waarom weet ik nog niet meteen. Ik ben moe en overprikkeld van een lange dag in een vreemde stad en wil gewoon snel naar huis. Ik heb geen zin om het hier nu over te hebben, en dat zeg ik.

Het is een paar weken later en ik kan niet slapen. Deze herinnering komt steeds weer in mijn hoofd op, met de bijbehorende gevoelens en gedachten. Woede, maar ook een soort heimwee naar de tijd dat niemand nog wist van mijn zelfverwonding en ik het kon doen wanneer ik ook maar de behoefte voelde. En de gedachte ‘Bij haar is het erger? Bij mij is het dus niet erg genoeg. Als ik meer littekens had, zouden ze denken dat het bij míj erger is dan bij haar.’ Voor deze gedachte schaam ik me, zo wil ik helemaal niet denken. Ik wil niet terugdenken aan deze dag, ik kan niks met deze gevoelens. Trouwens, mijn vriendinnen bedoelen het goed en zijn blij dat ik me klaarblijkelijk minder vaak slecht heb gevoeld dan deze vrouw. Ik ben het zat en besluit te gaan analyseren waarom deze herinnering steeds terugkomt.

Na een paar keer afspelen-terugspoelen-afspelen-pauze-afspelen denk ik te weten waarom ik zo boos word als ik eraan terugdenk. Mijn vriendinnen nemen aan dat het feit dat mijn littekens minder talrijk zijn dan de over elkaar heen liggende lijnen op de armen van het meisje achter me, betekent dat ik mij minder vaak zo slecht heb gevoeld dat de enige oplossing was om mezelf pijn te doen. En dat klopt niet. Maar ik snap dat zij dat niet begrijpen en daar ben ik blij om. Ik denk dat je dit pas echt begrijpt als je zelf iets dergelijks hebt ervaren en dat wens ik hen niet toe. Ik snap dat zij niet begrijpen dat, als je je al een paar dagen niet zo goed voelt (maar dat pas achteraf inziet) en de spanning en al je gevoelens door elkaar heen gierend als een storm je hoofd bereiken, er twee dingen zijn die je kunt doen.

Je kunt luisteren naar de drang, dat oersterke gevoel dat je als een grote onzichtbare hand naar het dichtstbijzijnde scherpe object dwingt, en in één beweging een eind maken aan de inmiddels tot orkaan verworden storm in je hoofd. Dit is de makkelijke optie. De andere optie is wachten. Wachten, terwijl de orkaan code donkerrood bereikt. Ramen en deuren gesloten houden! Maar dat doe je sowieso wel, want contact met mensen is op dit moment echt niet mogelijk. Afleiding zou helpen, hebben verschillende psychologen me verteld. Alleen, waar vind je de concentratie om een serie te volgen, een boek te lezen of zelfs maar een kleurplaat te maken als je hele lichaam alleen maar bezig is met proberen NIET te snijden? Met NIET toegeven, nee, nee, nee, ook al kan ik morgen lange mouwen aan, ook al is mijn partner er misschien een paar dagen niet en hoeft niemand mijn blote armen te zien. Ja, ik weet dat je binnenkort tentamen hebt en als je nou gewoon een klein beetje mag snijden kun je je genoeg concentreren om te studeren. Maar dat gaan we NIET doen. Je begrijpt misschien wel, na zo’n hele middag of avond vechten tegen mezelf ben ik kapot. Kapot, en helemaal niet trots of blij omdat ik het niet gedaan heb. Nee, zelfs nadat de storm is gaan liggen wil ik mezelf nog steeds pijn doen.

Ik denk dat dit is wat me dwars zat. Ze namen aan dat ik het niet zo zwaar heb gehad en dat dat fijn is, dat dat iets is om blij mee te zijn. Terwijl het niet de littekens zijn die aangeven hoe hard ik heb gevochten, maar de ongeschonden huid eromheen.

Snel, simpel tussendoortje

Hallo allemaal, het is alweer heel lang geleden dat ik voor het laatst iets heb geschreven hier. Ik vind het erg moeilijk om creatief bezig te zijn nu ik (nog steeds) burn-out ben en daar hoort bloggen ook bij. Het is vooral de eerste stap die me niet lukt, als ik eenmaal bezig ben geniet ik ervan.

Maar goed, jullie zullen voorlopig dus heel onregelmatig berichten zien op deze pagina. Ik ben wel van plan om na mijn burn-out hier regelmatig berichten te posten. Vandaag wil ik het hebben over één van mijn favoriete ‘gezonde’ tussendoortjes. Ik probeer de laatste tijd wat minder onderscheid te maken tussen gezond en ongezond, omdat ik daar nogal snel in doorsla. Maar velen zullen het met me eens zijn dat dit in ieder geval niet ongezond is. Ik heb het ontdekt toen ik vorig jaar een maand lang suikervrij at. Ik zocht toen een tussendoortje dat goed vult, lekker is en waar je niet eerst lang voor in de keuken hoeft te staan.

Laat ik jullie niet langer in spanning laten, je maakt het als volgt:

Ingrediënten:

  •  1 banaan, zo rijp als je zelf lekker vindt (ikzelf houd van bananen die nog net groen zijn bij het puntje)
  • ongezouten amandelpasta (te koop bij de natuurvoedingswinkel of De Tuinen), zelf gebruik ik die van het merk Horizon
  • zout in een molen, op de grove stand (het liefst ongeraffineerd zout, hier zitten alle mineralen nog in en ik vind dat het lekkerder smaakt), zelf gebruik ik Himalayazout
  1. Snijd een banaan in plakjes. Zelf houdt ik van wat dikkere plakjes, maar dat is helemaal aan jou.
  2. Smeer amandelpasta (of een andere notenpasta, pindakaas is ook lekker) op de plakjes. Smeren gaat moeilijk met de amandelpasta die aan het mes wil blijven hangen en de banaan die een beetje glibberig is, ik gebruik hiervoor dus ook niet de ‘broodsmeer-techniek’ maar meer een soort van dep-techniek.
  3. Strooi er grofgemalen zout overheen. Zoals ik al zei, het liefst ongeraffineerd en het liefst grof. Ik denk niet dat het lekker is als je er van dat fijne JoZo-zout overheen doet…

Klaar! Supermakkelijk hè? Okee, je moet de betreffende producten wel in huis hebben, maar ik heb deze producten altijd standaard in huis dus dan is het zo gemaakt.

Lactosevrije Monchoutaart

Toen ik erachter kwam dat ik lactose-intolerant ben en dus veel zuivel niet kan verdragen (yoghurt en Nederlandse harde kaas wel, en ook wel wat roomboter of een beetje melkchocolade) dacht ik dat dit niet zo’n probleem zou worden. Bij mijn ouders thuis wordt sowieso niet zoveel zuivel gebruikt omdat het van mijn broer Yvo al lang bekend is dat hij niet tegen lactose kan, ik ben vroeger dus ook nooit verplicht geweest om melk te drinken ofzo. Gelukkig maar, want dat heb ik altijd heel vies gevonden. Ook toen ik op kamers ging wonen ben ik niet veel meer zuivel gaan eten. Sinds ik weet dat ik niet teveel lactose moet eten, is gebleken dat dit op een doorsnee dag ook helemaal niet zo moeilijk is. Het zijn de momenten waar je normaal gesproken niet over nadenkt die soms moeilijk zijn: met vrienden samen ijs eten, op een verjaardag uit alle taarten kunnen kiezen, op een extreem koude dag warme chocomel kunnen drinken… Natuurlijk kan ik altijd een lactasepilletje (lactase is het enzym dat ik niet genoeg aanmaak, wat lactose afbreekt in de darmen) nemen als ik heel graag iets met lactose wil, maar ik vind het ook leuk om bij wijze van uitdaging dingen zoveel mogelijk lactosevrij te maken.

Eén van de dingen die ik op den duur toch wel erg ging missen, was Monchoutaart. Hmm, die combinatie van de kruimelige bijna zoute koekjesbodem, de romige zoete vulling en de zurig zoete kersen… Heerlijk! Een tijd lang dacht ik: tja, misschien met een pilletje? Maar ik zag de uitdaging in deze kwestie en ben hem aangegaan. En met groot succes, het was erg lekker en, waar ik een beetje bang voor was, het heeft geen ‘soja’-smaakje. Het geheel had wel wat steviger gekund, maar daar geef ik suggesties voor. Ik durfde dit recept bijna niet op mijn blog te posten, omdat dit iets is wat erg veel mensen al wel kennen (met andere ingrediënten dan). Toch heb ik het gedaan, omdat ik denk dat er meer mensen zijn die hier niet meteen aan denken als ze rekening moeten houden met een lactosevrij dieet.

 

Lactosevrije Monchoutaart

oneetbare benodigdheden:

– een springvorm, bekleed met bakpapier

– een kom die in de magnetron mag

– nog twee kommen (hoeven niet warmtebestendig te zijn)

– een eetlepel

– een schone theedoek

– een hamer of iets anders zwaars

– een mixer

voor de bodem:

– 50 g roomboter (voor een lactose-arme taart) of 50 g kokosolie (voor een lactosevrije versie)

– 200 gram koekjes (ik vind Bastogne altijd lekker, chocolate chip cookies smaken ook erg goed)

voor de vulling:

– 200 g Minus L-roomkaas (is alleen te koop bij Jumbo)

– 250 g sojaslagroom

– 80-100 g suiker (naar smaak, de meeste sojaslagrooms zijn al gezoet dus houd hier rekening mee)

– 1 tl vanille-extract

– 2 el maïzena

voor de topping

– een blikje Vlaaifruit of een blik kersen aangemaakt met maïzena (kook de inhoud van het blik en roer er een maïzenapapje van koud water doorheen)

 

1. Sla de koekjes kapot! Het ultieme excuus om je frustraties te botvieren op een levenloos object. Dit kan door ze in een schone theedoek te doen en er op te slaan met een hamer.

2. Smelt de boter of kokosolie in de magnetron, op 400-600 watt. Houdt het in de gaten, het duurt waarschijnlijk ongeveer een minuut.

3. Roer de koekkruimels door het gesmolten vet en verdeel dit mengsel over de bodem van de springvorm. Druk het goed aan met de bolle kant van een lepel. Zet het in de koelkast voor minstens een half uur.

4. Mix de roomkaas en de suiker met de mixer tot het een romige, samenhangende massa is. Klop in een andere kom de sojaslagroom tot deze toefjes vormt als je de mixer eruit haalt. Mix hier ook het vanille-extract en de maïzena doorheen. Schep met een pannenlikker de slagroom door de roomkaas maar doe dit wel wel voorzichtig anders zakt de slagroom in (ook wel ‘invouwen’ genoemd). Doe het mengsel in de springvorm, op de koekjesbodem en laat dit minstens een paar uur opstijven in de koelkast.

5. Maak het blikje Vlaaifruit open en doe het op de opgesteven taart, of maak de kersen uit blik aan door een papje te maken van ongeveer 4 eetlepels maïzena en 4 eetlepels koud water en dit bij de kokende inhoud van het blik te gieten. Roer het goed door en zet het vuur uit. Laat dit goed afkoelen en giet het op de taart. Ik had te weinig maïzena toegevoegd (2 eetlepels) waardoor het nog te vloeibaar was en mijn taart niet zo stevig was geworden. Ik denk dat het met 4 eetlepels wel goed zal gaan, maar je kunt voor de zekerheid ook gewoon Vlaaifruit kopen. Je kunt de taart hierna weer in de koelkast zetten, of meteen aansnijden en opeten.

 

Gezond eten met een budget

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik mijn eerste twee berichten plaatste op deze blog. Zoals jullie bij “Over mij” kunnen lezen, ben ik deze blog gestart toen ik net wist dat ik een burnout had. Dit is de reden dat ik er de afgelopen tijd niet aan toe ben gekomen om te bloggen; het kostte me meer energie dan het me op zou leveren en ik keek er heel erg tegenop om te moeten schrijven. In de tussentijd heb ik wel een artikel geschreven voor het blaadje dat mijn studievereniging uitgeeft (en waar ik tot voor kort nog hoofdredacteur van was…), dat me ook goed geschikt lijkt om hier te publiceren. Tevens heb ik een paar ideeën genoteerd in mijn mooie uilenschriftje, deze zal ik uitwerken en publiceren als ik er aan toe ben. =)

Dit artikel is verschenen in De Chemograaph 29-4 (dit blad wordt zes keer per jaar uitgegeven door de Utrechtse Scheikundige Studentenvereniging “Proton”) in de rubriek “Hoe overleef ik het studentenleven?”.

Dit artikel gaat over goedkoop maar toch gezond eten. Als eerste wil ik hier het volgende over kwijt. Besef dat het allergoedkoopste vaak zo goedkoop is door vulstoffen of door tweederangs ingrediënten. Het allergezondste hoeft ook weer niet (dit houdt waarschijnlijk in dat je alles bij de natuurvoedingswinkel moet kopen), kies voor jezelf een middenweg. Voor mezelf is de belangrijkste regel: als ik het lekker vind en ik kan het makkelijk dagelijks/wekelijks gebruiken in plaats van iets anders, kies ik vaak voor de gezondere optie.

Aan veel producten wordt een vorm van suiker toegevoegd, soms als goedkoop vulmiddel en soms om het zoeter te maken (o gut, echt?). Dit maakt dat we het lekker vinden en het sneller opnieuw willen kopen. Helaas heeft suiker een slechte invloed op ons lichaam, waarvan het voornaamste is dat je na een suiker-‘high’ snel een suikerdip krijgt. Anders dan je zou denken, zit suiker vaak ook in hartige kant-en-klare maaltijden en sauzen. Het A-merk zal vaak minder suiker bevatten dan het C-merk, maar dat is niet altijd zo. Als je met gezond eten bezig wilt zijn, is het een goed idee de ingrediënten te lezen zodat je je in ieder geval bewust bent van wat je eet. Over het algemeen geldt: betaal je liever minder voor minder inhoud, of iets meer voor meer smaak?

Dan komen nu een paar algemene tips. Kijk altijd naar de prijs per kilo als je een keus moet maken. Gebruik geen kant-en-klare “akjes” (pakjes, zakjes en bakjes/kant-en-klare maaltijden). Er worden veel rare toevoegingen (wat is johannesbroodpitmeel nou weer?), zout en suiker aan akjes toegevoegd en ze zijn duur. In plaats hiervan kun je beter een paar potjes losse kruiden en specerijen aanschaffen. Dit is eenmalig duurder, maar hier doe je lang mee. Verder kun je meer zelf maken dan je denkt. Voor wraps bijvoorbeeld hoef je slechts meel, olie en water te mengen en de flapjes bak je in een paar minuten.

Aldi en Lidl hebben steeds meer biologische producten. Biologisch is niet altijd gezonder of beter voor het milieu, dus maak een bewuste keuze. Het is namelijk wel altijd duurder… Als ontbijt is havermoutpap erg lekker en het vult goed tot de lunch, bovendien is haver gezonder dan tarwe (wat net als suiker zo’n beetje overal in zit). Pap is te maken met melk, plantaardige melk of alleen water. Elke supermarkt heeft wel havermout, een pak kost zo’n 40 cent (moet je alleen niet die van Quaker pakken ;-). Of maak zelf cruesli van havermout! Het recept waarop ik mijn recept heb gebaseerd kun je vinden op http://www.eetgoedvoeljegoed.com. (Even een disclaimer: de meeste haver bevat wel sporen van tarwe door kruisbesmetting!)

Eieren en champignons zijn goedkoper dan vlees, en groenten uit de vriezer vaak goedkoper dan vers. Tevens behouden diepgevroren groenten hun vitamines langer dan groenten die al een paar dagen liggen, en zijn de meeste bevroren groenten voorgesneden wat het een stuk makkelijker maakt. Verse kruiden koop ik bij de Turkse supermarkt veel goedkoper dan in de supermarkt. Een stukje gember kost hier tientallen centen in plaats van een paar euro. Ook droogwaren (rijst, pasta, droge kruiden ,kokosrasp en –melk) zijn hier goedkoper.

Houd De Tuinen of de plaatselijke natuurvoedingswinkel in de gaten voor acties. De Tuinen heeft af en toe echt goede aanbiedingen, die ik vooral benut voor kokosolie en plantaardige melk (ik ben lactose-intolerant, maar sowieso is de meeste zuivel waarschijnlijk niet zo goed voor de mens). Kokosolie is stabiel bij verhitting en dus beter geschikt om mee te koken, bakken en frituren dan de (ten onrechte) alom geprezen zonnebloemolie. Ook is de koudgeperste versie antimicrobieel en ook erg goed voor je huid en haren (probeer eens een kokosoliehaarmasker en je wilt niet meer terug naar de reguliere maskers met 20+ ingrediënten).

Dan wil ik dit graag afsluiten met: vergeet niet te genieten! Ik maak soms bewust de keuze voor een diepvriespizza als avondeten, en ik snoep elke dag wel iets. Soms zal dat iets met weinig suiker zijn dat ik zelf heb gemaakt, maar soms heb ik gewoon heel veel zin in Milka-chocola met Oreo’s erin en neem ik daar wat van. In het half jaar dat ik hier bewust mee bezig ben, ben ik ‘pure’ ingrediënten vanzelf meer gaan waarderen dus dat maakt het makkelijker om meestal voor de gezondere optie te gaan. Als je hier net mee begint, neem dan kleine stapjes en accepteer het als het een tijdje niet zo goed lukt om gezond te eten.